29-10-06

Een onverwacht telefoontje

 

De oude vrouwlag ziek in bed, ziek van verdriet. Haar hele lichaam deed pijn, zoveel pijn alsof alles binnenin gekneusd was. Het was al zes weken dat hij dood was. En al die tijd kon ze alleen maar aan hem denken, aan het leven dat ze samen hebben geleid. Een eindeloze film vanaf de eerste keer dat hun blikken elkaar kruisten, de eerste kus, haar bruidsjurk, zijn ogen, de geboorte van hun kinderen, de lange avonden met vrienden en wijn, zijn lachende stem, ruzie, de kleinkinderen, ziektes, dood , zijn ogen.... Het werd nacht. De wind gierde om het huis heen en sloeg de takken van de appelboom tegen het raam. De regen begon zo plots en hard dat het haar deed denken aan die keer dat haar zoontje-zoon... hij was nu 54 - zijn knikkers uitkieperde over de marmeren trappen. Ze glimlachte. Een bliksemschicht verlichte de kamer en even zag ze hun trouwfoto oplichten. Hij was knap geweest. Al haar zussen waren stikjaloers dat hij precies haar uitgekozen had. En nu was hij weg. Voor altijd. Ze ging op haar zij liggen en trok haar benen op, als om de pijn binnenin een beetje te dempen. Deze storm was heviger maar dat gaf niets. Ze voelde zich vreemd veilig, alleen in bed met haar herinneringen. De telefoon rinkelde. Langzaam kwam ze overeind. Op dit uur? Even aarzelde ze. Nachtelijke telefoons hadden nog nooit goed nieuws gebracht. De dood van haar vader, het verkeersongeval van haar jongste zoon, de tranen van haar dochter toen die in de steek gelaten werd door haar man. Misschien was er wel weer iemand dood. 'Toch niet de kinderen', fluisterde ze en greep de hoorn. 'Hallo?', zei ze zacht. 'Eindelijk heb ik je kunnen bereiken', klonk een vertrouwde stem. 'Eindelijk'. Haar adem stokte en er verscheen een grimas op haar gezicht, een mengeling van vreugde en pijn. Ze zakte neer in de kussens en stierf. Op de dag van de begrafenis was de dagenlange storm eindelijk geluwd. De lucht was koud en helder en de zon scheen. Ze zou bijgezet worden in de grafkelder waar hij rustte. Haar oudest zoon liep voorop en ging als eerste bij het graf staan. Hij streek over de steen om een beetje zand weg te vegen om de steen te voelen. En toen zag hij de draad. Dwars over het graf lag hijn, een afgerukte telefoonleiding. Zijn zus kwam erbij staan. 'Arme mama. Ze heeft ons proberen te bellen toen ze onwel werd. Geen wonder dat het niet gelukt is'. Hij knikte spijtig en haalde de draad van het graf af. Spelbreker.

 

10:44 Gepost door Greetings Groene smaragd | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.